Kijk voor je planten koopt eerst eens hoeveel licht er bij de boom is. Vaak is dat meer dan je denkt. Het zonlicht schijnt door de kroon of schijnt onder de takken door.  Een plantje in de winkel heeft meestal een kaartje waarop je kunt aflezen hoeveel licht die nodig heeft. Maar wat is ‘volle zon’ of ‘halfschaduw’ nu eigenlijk precies?

Volle zon:  Het grootste deel van de dag in de zon (dus meestal ook warm en droog), meer dan 6 uur.

Planten die zich hier thuis voelen zijn vaak mediterrane planten, weideplanten en rotsplanten. (allerlei tuinkruiden,  lavendel, brandkruid -plomis- met grijsviltig blad, sedums, met dik vlezig blad). Planten met vettige en/of grijze bladeren  kunnen vaak goed tegen zon.

Halfschaduw : Ongeveer 6 uur schaduw van gebouwen of bomen.
Veel planten houden hiervan. Het wordt minder heet en droog, maar er is nog genoeg licht en zon. Bij meer uren zon doen bloeiende planten het meestal wel beter (vrouwenmantel, vingerhoedskruid, stokrozen).

Lichte schaduw: Vaak onder bomen met een open kroon waar de zon doorheen valt. Er zijn maar een paar uurtjes volle zon,  maar toch krijgen planten hier voldoende licht. Geschikt voor allerlei (bos)planten, zie ook op de plantenlijst bij halfschaduw.

Zware schaduw: Schaduw van hoge gebouwen of dichte begroeiing. Soms krijgt je tuintje dan ook nog (bijna) geen regen. Hier moet je planten nog zorgvuldiger kiezen. (gele dovenetel, klimop, struikklimop, euonymus fortunei -een klein struikje met bont blad, het wit is mooi in de schaduw- grote en kleine maagdenpalm).

Loofboom: Onder een bladverliezende boom is er in het voorjaar veel meer licht en zon dan in de rest van het groeiseizoen. Hier kun je op inspelen door voorjaarsgroeiers te planten, zoals bolletjes. Krokussen bijvoorbeeld kunnen goed tegen droogte en kunnen ondiep worden geplant. Ze profiteren van het extra licht door juist in het voorjaar als er veel licht is te bloeien en te groeien. 

Droogte: Houd er rekening mee dat boomspiegels altijd aan de droge kant zijn, want de boom gebruikt zelf al veel water. Kies planten die daar tegen kunnen. Mulchen bijvoorbeeld (twee keer per jaar een laagje compost aanbrengen) voorkomt uitdroging. Ook kun je materiaal aan de bodem toevoegen dat vocht vasthoudt, vermiculiet, er schijnen ook speciale gels te bestaan.

Wind:  Wind droogt extra uit. Planten dichter bij de bodem vangen minder wind en zijn er beter tegen bestand. Planten met grote slappe bladeren zijn kwetsbaarder dan die met klein blad en stevige stengels. Ook planten die aan de kust groeien kunnen goed tegen tegen harde wind (Armeria maritima).

Temperatuur: In de stad is het warmer dan er buiten, alle steen houdt warmte vast. In de zomer kan het er echt heet zijn maar in de winter juist minder koud. Daarom doen mediterrane planten het in de stad vaak net iets beter. Bij een strenge winter kunnen kwetsbare planten toch bevriezen, houd daar wel rekening mee.